Toelichting op de deelgebieden
Het kwaliteitskader is opgebouwd uit vijf deelgebieden: allereerst een visie op Onderwijs en Ondernemen. Deze visie wordt gesteund door vier pijlers: strategie, innovatie, methodiek en inhoud. Iedere pijler bestaat uit vier bouwstenen.
Visie op Onderwijs en Ondernemen
Aan de uitvoering van activiteiten op het vlak van Onderwijs en Ondernemen moet een visie ten grondslag liggen. In het kwaliteitskader wordt deze visie benaderd vanuit de historie, het toekomstbeeld en de lange termijn doelstellingen en ambities van de instelling of project/activiteit. De visie wordt gesteund door vier pijlers. Zonder een uitgesproken visie zal de samenhang tussen vier pijlers ontbreken en bestaat het gevaar dat activiteiten niet structureel verankerd zijn of worden in de organisatie. Wanneer de visie sterk ontwikkeld is zullen de pijlers uit stevige bouwstenen moeten bestaan om de visie te kunnen dragen.
Strategie
De strategie waarmee een ondernemende instelling of project/activiteit opereert, bepaalt op welke wijze de doelstellingen en ambities worden nagestreefd die in de visie zijn verwoord. Het gaat hier om het aanwezige draagvlak voor activiteiten en de aandacht die er is voor het creëren van dat draagvlak, voor de inbedding van de activiteiten in de organisatie en in de omgeving en de structurele plaats die onderwijs en ondernemen inneemt in het strategisch management.
Innovatie
De ondernemende instelling is ontwikkelingsgericht. Op zoek naar innovaties, naar verbeteringen en naar efficiëntie, ook als de resultaten goed zijn (stilstand is immers achteruitgang!). Een instelling die gericht is op ontwikkeling wil leren, successen vieren en dit graag delen met anderen. De lerende organisatie moet naar verbetering zoeken en daar procedures en methoden voor hanteren, en zal duidelijkheid hierover moeten scheppen naar de omgeving en de eigen medewerkers. De omgeving en de medewerkers kunnen bij uitstek de initiators van verbeterprocessen zijn.
Methodiek
Methodieken voor onderwijs en ondernemen zijn waar mogelijk geënt op levensechte opdrachten, uitwerkingen en resultaten. Bij activiteiten wordt daarom gebruik gemaakt van "echte" opdrachtgevers, bijvoorbeeld het bedrijfsleven. Waar mogelijk worden opdrachten uitgevoerd in teams waarin meerdere disciplines samenwerken. Resultaten uit de activiteiten worden mede beoordeeld of geëvalueerd op het belang of het nut voor de "echte" maatschappij (niet alleen de beschermde omgeving van de onderwijsinstelling). De realistische setting van de activiteiten draagt bij aan "echt" succes en mogelijk "echt" falen; hetgeen in beide gevallen gezien wordt als "leerkansen".
De docent kan naaste de (traditionele) expert-rol, de rol van procesbegeleider en facilitator van het leerproces op zich nemen en kan zich in die rol opwerpen als creator van leerkansen en deelnemers helpen die kansen te zien en te benutten.
De methodiek is erop gericht te reflecteren op de opgedane ervaringen en deze uit te wisselen met elkaar en te koppelen aan theoretische inzichten. Bij de reflectie op de ervaringen en de koppeling aan theoretische inzichten worden verschillende relevante vakdisciplines betrokken en wordt er gestreefd naar een multidisciplinaire benadering.
Inhoud
De inhoud die de basis levert voor ondernemen en onderwijs activiteiten gaan uit van ondernemendheid (ondernemende activiteiten van medewerkers in een bedrijf) en van ondernemerschap (ondernemend gedrag om het eigen bedrijf te runnen of op te zetten). De activiteiten richten zich zowel op de theorie die hoort bij deze inhoud als op de praktische ervaringen die noodzakelijk of ondersteunend zijn bij het leren over ondernemendheid en ondernemerschap. In dit leren past altijd een groot deel ontwikkeling van en reflectie op persoonskenmerken en persoonlijke kwaliteiten.